Coke

27-9-2012 verschenen in nrc.next

“Wanneer komt er een biologische variant van cocaïne?”
Het is vier uur ’s nachts, op dit feestje worden clichés niet gevreesd: op tafel ligt een grote spiegel die iets eerder van de badkamerwand is losgetrokken met daarop tientallen lijntjes wit poeder. Meisjes rollen grinnikend over de vloer, een jongen maakt alle popcorn in huis klaar zonder een deksel op de pan. De jongen herhaalt zijn vraag en kijkt me nu aan. Pieter is vegetariër, hij regelt zijn bankzaken via Triodos en vliegt uit principe niet. Waar ik dingen voor lief neem, begint hij met nadenken. Zo ook om vier uur ’s nachts op dit feest op de Wallen in Amsterdam. Met een biertje in de hand kijken we rond. Biologisch bier, dat had hij zelf meegenomen. Wij willen ook best zo hoog springen als het meisje dat zich onafgebroken laat lanceren door het matras. Of zo gefocust praten als de man met snor.
“Ga jij dat nemen?” vraag ik.
“Niet dat ik niet zou willen, maar als ik dat zie denk ik aan alle mensen die daarvoor dood zijn gegaan.”
Pieter doet een stervende cokedealer na, wat hem aardig lukt.
“Ik denk aan al die mensen die hiervoor onder druk zijn gezet om dit te produceren en te verhandelen?. Ik zou willen dat ik geen hoofd had, dan zou ik stoppen met nadenken.”
Pieter neemt nog een slok bier. Mijn kop begint ook toeren te draaien, ik vraag me af hoe dat poeder hier is gekomen. In wiens anus het heeft gezeten?Spreken over cocaïnegebruik is een taboe. Mensen geven vrolijk toe hoe laveloos dronken ze gisteren waren, ze doen zelfs voor hoe ze kruipend naar huis zijn gekomen. Of daar drugs bij in het spel waren, zullen ze je niet vertellen. En nu voor het eerst begrijp ik waarom. Omdat hoe minder je over iets praat, hoe minder je weet, en deze dingen wil je niet weten.
“Biologische coke, dat wil ik.”
Pieter knikt zichzelf een paar maal goedkeurend toe. Het verbaast me nog elke keer als ik het lees, maar tot de Tweede Wereldoorlog was Nederland de grootste producent van kwaliteitscocaïne. Ooit hoefde dat grammetje niet uit de jungle van Zuid-Amerika, door de straten van Venezuela in de Airbus naar Nederland. Bladeren die op Java en Sumatra groeiden, werden bij ons verwerkt in de fabriek. We voorzagen hele legers van cocaïne in de Eerste Wereld Oorlog. Een vreemd idee.
Een meisje grijpt Pieter bij de schouders.
“Wil je popcorn?”
Pieter onderzoekt haar even met zijn ogen.
“Wil jij popcorn? Denk er goed over na.”
Ze staart hem doordringend aan. Even geloof ik dat popcorn het nieuwe modewoord voor coke is, dan pakt ze een schaal vol popcorn en houdt die onder Pieters neus. Ze steekt haar tong uit en doopt die in de schaal. Pieter draait zich naar mij.
“Ik denk dat we moeten gaan.”
Op straat blijven we even staan. Als de Marqt van gekheid niet meer weet wat ze nu nog biologisch kan maken, komt het nog wel zover. Dan zullen ze pakketjes waar in zwarte letters COCAÏNE op is gedrukt op verzoek van onder de kassa te voorschijn halen.  “Sorry, u kunt alleen pinnen,” zal de caissière zeggen. Op het bonnetje staat: ‘Diversen’.