Ik voel me saai

22-10-2013 verschenen in nrc.next

Ik voel me saai.
Ik lees de zin nogmaals.
Ik voel me saai.
De hele maand september geef ik een schrijfworkshop op Aruba. Elke doordeweekse avond komen twaalf Arubanen vanuit alle hoeken van het eiland, dat zo groot is als Texel, naar de Ateliers ’89 in Oranjestad om hun schrijfwerk te verbeteren. In de les zitten, onder andere, een docent Papiamento, een non, een arts, een leerling van de middelbare school, een vertaler, een gepensioneerde en een kunstenaar. Iedereen komt om andere redenen. Slechts twee mensen noemen exact dezelfde reden. De non en de leerling van achttien jaar oud haten het allebei om te luieren.
“Ik wil altijd iets doen,” zegt zuster Rebecca.
Darwin knikt hevig.
“Ik haat het om stil te zitten. Ik wil geen schrijver worden, ik wil modeontwerper worden. Om goed te worden in een ding, moet ik eerst zoveel mogelijk in me opnemen.”
Darwin heeft een paars shirt aan en een kanten strik om de kraag geknoopt, hij ziet er verzorgd uit. Achttien jaar geleden heeft zijn moeder hem zo genoemd omdat ze dat een mooie naam vond. Niet omdat ze bijzonder geloofde in de evolutietheorie, gewoon, omdat het goed klonk. Misschien zouden we in Nederland ook wat minder heilig moeten omgaan met onze babynamen. De man die de Ateliers ’89 runt heet Elvis Lopez.

Ik voel me saai is een zin van Darwin. Ik heb de klas een stuk laten schrijven over de eerste herinnering. Darwin heeft geschreven over het bedje waar hij inlag als peuter.
“Wat bedoel je met die zin?” vraag ik.
“Hoe bedoelt u? Is die fout? Ik maak veel fouten in het Nederlands.”
De jonge generatie op Aruba spreekt beter Engels dan Nederlands. De zin is niet fout, integendeel. Maar een Nederlander zou zeggen ‘ik verveel me’ en dat was ook wat Darwin probeerde op te schrijven. Dat blijkt als hij de zin naar het Engels vertaalt.
“I’m bored, wilde ik zeggen.”
De zin brengt iets nieuws met zich mee. ‘Ik verveel me’ klinkt zo individueel en zeurderig. Alsof het niet het probleem is van de persoon die de verveling ondergaat, maar een beklag naar de rest van de wereld die het moet oplossen. Ik verveel me betekent eigenlijk: ik vind alles saai en ik ga het zelf niet oplossen. Door te zeggen dat ik me saai voel, maak ik het weer mijn eigen zaak. Treffend.
Ik leg uit aan Darwin dat de zin niet verkeerd is - juist níet - en dat mooie taal vaak ontstaat door fouten. Dat hij dat moet leren herkennen.

In de pauze praat niemand Nederlands, en hoor ik louter Papiaments. Dat is de taal die iedereen met elkaar spreekt. Elke Arubaan spreekt Papiamento, Nederlands, Engels en soms ook nog Spaans. Moeiteloos springen ze van de ene naar de andere taal, af en toe spreken ze wel drie talen tegelijk.
“Nee, love, ik hoef geen cola, danki.”
Met een plastic bekertje ijsklonten loop ik alvast terug naar het klaslokaal waar geen airconditioning is. Ik ben niet gewend aan hitte en september is de heetste maand op Aruba. Bij mij rolt zweet van mijn rug naar bilnaad om aan het einde van de les een klein plasje achter te laten op mijn stoel.

De leerlingen druppelen een voor een binnen; ik snap niet hoe hun gezichten zo mat kunnen blijven, geen spoor van zweet. We beginnen met het stuk van Zuster Rebecca, ik schat haar ergens in de vijftig. Om haar nek hangt een groot kruis dat rust op haar borst. In alles is zuster Rebecca wat ik van een non verwacht, ze praat zacht, ze loopt langzaam, in de pauze drinkt ze water zonder ijs, in alles is ze wat ik zou verwachten, behalve in haar schrijven. Haar verhalen gaan over haar pastoor en telkens belicht ze karaktertrekken die niet passen bij iemand die zich aan God gewijd heeft. Zo schrijft ze dat hij wel honderd keer per dag in de spiegel kijkt. Als ze haar stukken voorleest gniffelt ze zachtjes. Ze beschrijft een wereld die ik niet ken. Een wereld waar nonnen zich op de veranda verzamelen om de dienst te bespreken en waar vreemde sprongen worden genomen om mensen terug de kerk in te drijven (letterlijk: sky-diven. De parochie had een dag georganiseerd voor jonge mensen die gratis konden sky-diven).
Ook schrijft ze over haar lappenpop Bebe, die ze als kind mishandelde. Ik kan zuster Rebecca niet zoveel leren. Haar Nederlands is perfect, maar ze gebruikt alleen brave woorden. Ze noemt haar pastoor geen ijdele kwast en ze schrijft niet dat ze haar pop uit elkaar rijt.

Wanneer zuster Rebecca praat is iedereen muisstil, bij Rodell is dat iets anders. Als hij iets voorleest wil hij direct commentaar, van de hele klas. Hij is hosselaar, doet van alles, zo zegt hij het zelf. Hij maakt kunstwerken, schrijft blogs, schildert muren voor wie maar betaalt, werkt voor de overheid, is dj en vader van een babyzoontje. Zijn werk schiet nu nog alle kanten op, James Joyce aan de LSD. Hij schreef over een verloederde straat in Sint Nicolaas waar hij een hoer hand in hand zag lopen met haar klant. Ik vraag hem te vertellen hoe de straat eruit zag, en dan begint die te leven. Een vrouw in zwart glimmend ondergoed met daaroverheen een gehaakt strak jurkje waar haar billen gulzig onderuit steken, de man in ruim zittend pak met vale stropdas. In de straat hangt een bord waar in roze neon letters staat ‘the honey zone’. Wanneer Rodell vertelt, wordt alles beeldend. Dat zie je vaak bij mensen die nog niet zoveel schrijfervaring hebben. Wanneer ze woorden op papier zetten, gaan ze ‘schrijven’. Ze maken vreemd geconstrueerde zinnen die ze in het echte leven nooit zouden gebruiken. Het is te vergelijken met acteren, iedereen kan normaal een glas oppakken en daar een slok uitnemen. Maar zodra het geacteerd moet worden, gaat het mis. Dat is met schrijven net zo. Ik probeer hem uit te leggen dat hij zijn stem moet volgen.
Dat is waarvoor ik op Aruba ben: om een paar mensen die toch al schrijven hun eigen stem te laten ontdekken. Om van een non een klein laagje beleefdheid af te schrapen, om Rodell schrijftaal af te leren, om Darwin zijn eigen taal te laten volgen. Ik blijf nog een paar weken op Aruba, totdat ik al het water uit mijn systeem heb gezweet en mijn leerlingen wat heb overgebracht. En wanneer ik me saai voel, dan ga ik naar het strand. Want dat hebben ze hier ook. Hagelwit.